Kort samengevat:
ā Maximale jaarruimte 2026: ā¬35.589
ā Maximale reserveringsruimte: ā¬42.753
ā Totale fiscale ruimte: ā¬78.342
Met uw jaarruimte 2026 kunt u fiscaal voordelig extra pensioen opbouwen via lijfrente. Afhankelijk van uw inkomen en pensioenopbouw kunt u tot maximaal ā¬35.589 aftrekbaar inleggen. Heeft u oude ruimte niet gebruikt? Dan kunt u via reserveringsruimte (ook wel inhaalruimte genoemd) mogelijk nog meer aftrekken.
In dit artikel leest u alles over de lijfrente-mogelijkheden in 2026.
Zelf extra opbouwen voor uw pensioen
Ook in 2026 kunnen de meeste mensen extra geld opzij zetten voor hun pensioen met flink belastingvoordeel. Het geld dat u op een speciale lijfrenterekening stort, mag u namelijk aftrekken bij uw belastingaangifte. Wilt u later comfortabel leven en nu alvast minder belasting betalen? Dan is het slim om naar uw jaarruimte te kijken.
Uw jaarruimte is het bedrag dat u in een lijfrente kunt inleggen en van de belasting kunt aftrekken. Wilt u meer inleggen dan uw jaarruimte? Dan kunt u ook nog kijken naar uw reserveringsruimte.
Hoe kunt u uw jaarruimte 2026 berekenen?
Hoeveel u precies mag storten, hangt af van uw persoonlijke situatie:
- De hoogte van uw inkomen
- Hoeveel pensioen u al opbouwt via uw werkgever
Bereken uw jaarruimte
- Zelf berekenen:
Gebruik de handige rekentool op onze site of kijk op de website van de Belastingdienst. - Laten berekenen:
Vraag uw boekhouder of accountant om dit voor u te doen, zodat u zeker weet dat u geen belastingvoordeel laat liggen.
Ā
De maximale jaar- en reserveringsruimte voor 2026
De overheid stelt elk jaar grenzen aan hoeveel u maximale jaar- en reserveringsruimte mag aftrekken van de belasting:
| Onderdeel | Bedrag 2026 |
| Maximale jaarruimte | ā¬35.589 |
| Maximale reserveringsruimte | ā¬42.753 |
Voorbeeld jaarruimte
Stel u bent ondernemer en u heeft (dus) geen pensioen via een werkgever opgebouwd. Wanneer uw winst voor ondernemersaftrek (āfiscale winstā) in 2025 ⬠100.000 bedroeg, dan is uw jaarruimte in 2026 ruim ⬠24.000.
Handige tip: zo berekent u uw eigen jaarruimte
De jaarruimte voor 2026 berekent u op basis van uw financiĆ«le gegevens uit het voorgaande jaar (2025). U heeft hiervoor uw aangifte inkomstenbelasting 2025 nodig. Indien u ook pensioen via uw werkgever opbouwt heeft u daarnaast het jaaroverzicht over 2025 nodig van het pensioenfonds of de verzekeraar waar de pensioenregeling van uw werkgever loopt. Dit jaaroverzicht wordt āUniform Pensioenoverzichtā (UPO) genoemd.
Wat is reserveringsruimte?
Wilt u meer inleggen dan uw jaarruimte? Dan kunt u ook nog gebruikmaken van de jaarruimte die u in de afgelopen jaren niet (geheel) heeft gebruikt. Deze aftrekmogelijkheid wordt ‘reserveringsruimte’ genoemd.
De reserveringsruimte bedraagt de optelsom van uw jaarruimtes in de afgelopen tien jaar tot een maximum van ⬠42.753 (2026), voor zover u die niet eerder heeft gebruikt voor een lijfrentestorting.
In het meest gunstige scenario kan uw totale fiscale ruimte (jaarruimte plus reserveringsruimte) in 2026 oplopen tot ⬠78.342.
Let op:
Stort nooit zomaar geld op uw lijfrente rekening. Wilt u een (groot) bedrag storten? Bereken dan altijd eerst uw maximale jaar- en reserveringsruimte, of laat dit doen.
Inleggen voor jaarruimte en reserveringsruimte mag langer
De nieuwe pensioenwetgeving houdt rekening met mensen die doorwerken na hun AOW-datum. U kunt gebruikmaken van uw jaarruimte en reserveringsruimte tot en met het kalenderjaar vijf jaar nadat u de AOW-leeftijd heeft bereikt. Dat kan interessant zijn, bijvoorbeeld wanneer u na uw AOW-datum nog even doorwerkt.
Stel dat u nu met uw inkomen in het toptarief van de inkomstenbelasting valt en na uw pensioendatum niet. In dat geval kunt u uw inleg nu aftrekken tegen een belastingtarief van 49,5% en over een paar jaar betaalt u over uw uitkering een (soms veel) lager belastingtarief.
Het is dus niet vreemd om kort voor uw pensioendatum nog extra geld in een lijfrente te storten. Vaak levert dit nog een mooi belastingvoordeel op.
Belangrijk voordeel
Uw lijfrentevermogen telt niet mee in box 3.
Uitkeringen na uw pensioen belast
De voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de belastingvoordelen is dat u het geld op uw lijfrenterekening ook daadwerkelijk gebruikt voor (een aanvulling op) uw pensioen. U kunt het geld dus niet meer opnemen voor een ander doel.
De uiteindelijke periodieke uitkeringen zijn belast, maar vaak tegen een lager inkomstenbelastingtarief. Dat komt in de eerste plaats doordat het inkomen van de meeste mensen na hun pensioendatum lager is, waardoor ze vaak in een lager belastingtarief vallen.
Daarnaast is het zo dat het belastingtarief in de eerste schijf na uw AOW-leeftijd een stuk lager is (ongeveer 18% in 2026), waardoor u in die eerste schijf veel minder belasting betaalt dan vóór uw AOW-datum. Uw inkomen tot ⬠38.883,- (2026) valt na uw AOW-datum in die eerste schijf.
Belastingvoordelen van lijfrente
Fiscaal aftrekbare inleg
De inleg in een lijfrente is, afhankelijk van uw persoonlijke financiƫle situatie, fiscaal aftrekbaar tegen ongeveer 37% of het toptarief voor de inkomstenbelasting van 49,5%! Dat belastingvoordeel krijgt u bij uw belastingaangifte van de Belastingdienst weer terug. Wilt u het belastingvoordeel al eerder terug ontvangen? Houdt u dan bij uw voorlopige teruggave / voorlopige aanslag al rekening met het bedrag dat u in een lijfrente wilt storten.
GƩƩn vermogensrendementsheffing (Box 3)
Een tweede, vaak onderschat, belastingvoordeel is dat u gedurende de (jaren)lange looptijd van de lijfrente geen vermogensrendementsheffing betaalt over uw opgebouwde kapitaal. De wijze waarop vermogensrendementsheffing wordt berekend is vrij ingewikkeld en daarnaast verandert de overheid de regels nogal eens.
Op dit moment stelt de overheid elk jaar een fictief rendement vast.
Voor beleggingen is voor 2026 vooralsnog een fictief rendement van 6,00% vastgesteld. Over dat veronderstelde rendement betaalt u vervolgens 36% (2026) belasting.
Kortom: wanneer u een normale beleggingsrekening heeft en u heeft meer vermogen dan de vrijstellingen in box 3, dan betaalt u in 2026 (36% * 6,00%) 2,16% vermogensrendementsheffing.
Rekenvoorbeeld: het verschil tussen Box 3 en Lijfrente
Stel u bent nu 50 jaar en we nemen aan dat u op 70-jarige leeftijd met pensioen gaat.
- Wanneer u gedurende de looptijd van 20 jaar elke maand ⬠500,- (bruto) inlegt, dan levert dat bij een verondersteld netto beleggingsrendement van 5% een eindkapitaal op van ruim ⬠203.000,-.
- Wanneer u dit vermogen opbouwt op een normale beleggingsrekening (box 3), dan moet u elk jaar vermogensrendementsheffing betalen. Bij een jaarlijkse heffing van 2,16% is uw eindkapitaal effectief geen ⬠203.000,- maar (ongeveer) ⬠161.000,-.
Het fiscale voordeel van lijfrente levert in dit voorbeeld dus een verschil op van ruim ⬠42.000,-
Benieuwd naar de mogelijkheden voor uw lijfrente?
Wilt u de fiscale voordelen van de nieuwe pensioenwetgeving optimaal benutten en uw pensioengeld slim laten groeien via beleggen? Lees meer opĀ aanvullend pensioen opbouwen via lijfrenteĀ of bereken direct uw jaarruimte 2026 met onze rekentool of neem contact op voor persoonlijk gesprek
Veelgestelde vragen over jaarruimte 2026
Wat als ik mijn jaarruimte niet gebruik?
Dan kunt u deze vaak via reserveringsruimte later alsnog benutten.
Kan ik jaarruimte gebruiken als ondernemer?
Ja, juist ondernemers zonder werkgeverspensioen hebben vaak veel ruimte.
Kan ik jaarruimte met terugwerkende kracht gebruiken?
Alleen via reserveringsruimte, als u eerdere jaren niet volledig heeft benut.
Wanneer moet ik mijn inleg doen?
Meestal vóór 31 december 2026 om voor dat belastingjaar mee te tellen.
Kan ik jaarruimte gebruiken naast werkgeverspensioen?
Ja, zolang er sprake is van pensioentekort.
Bronnen: Belastingdienst, pensioenwetgeving