Als ik kom te overlijden, wat gebeurt er dan met mijn lijfrente? Een vraag die regelmatig voorbij komt en een belangrijke vraag om bij stil te staan. Voor veel mensen vormt het opgebouwde lijfrentekapitaal een belangrijk deel van het vermogen en van de toekomstige lijfrente-uitkering. Het is daarom goed om te weten welke regels gelden en welke gevolgen keuzes rondom bijvoorbeeld een verzekerde lijfrente of een bankspaarproduct kunnen hebben.
Wilt u weten hoe uw lijfrente is geregeld bij overlijden?
Krijg inzicht in de mogelijkheden rondom lijfrente, nabestaanden en erfgenamen.
š¦ Bekijk de mogelijkheden van VRY van Fintessa
Vermogensverlies van uw lijfrentekapitaal bij overlijden
U kunt uw lijfrentekapitaal onderbrengen bij een verzekeraar, bij een bank via een bankspaarproduct, of bij een beleggingsonderneming zoals VRY van Fintessa.
Kans op vermogensverlies bij een verzekerde lijfrente
Wanneer u kiest voor een verzekeraar, dan is het belangrijk om goed te kijken wat er met uw lijfrente gebeurt wanneer u onverhoopt komt te overlijden. Vooral in de uitkeringsfase kan het voorkomen dat (een deel van) de waarde bij overlijden vervalt aan de verzekeraar, afhankelijk van de productvoorwaarden.
Geen vermogensverlies bij bankspaarproduct of beleggingsrekening
Wanneer u een lijfrenterekening bij een bank of een beleggingsonderneming, zoals VRY van Fintessa, onderbrengt speelt dit niet. Bij deze aanbieders blijft de resterende waarde van de rekening doorgaans beschikbaar voor de erfgenamen, conform de productvoorwaarden en wettelijke regels. Er is in dat geval dus gƩƩn sprake van vermogensverlies van uw lijfrente bij overlijden.
In dit artikel nemen we verder een lijfrente bij een bank of een beleggingsonderneming als uitgangspunt.
Wilt u meer weten over lijfrente-oplossingen?
Ontdek hoe een lijfrenterekening kan helpen om resterend lijfrentekapitaal binnen de fiscale regels beschikbaar te houden voor nabestaanden en erfgenamen.
š¦ Lees meer over VRY van Fintessa Lijfrente
Ā Overlijden tijdens de opbouwfase van uw lijfrente
Wanneer u komt te overlijden zijn er fiscale regels met betrekking tot uw lijfrente. Uw erfgenamen zijn dus niet vrij om te bepalen hoe ze het geld willen gebruiken. Wel is het zo dat uw lijfrente direct na uw overlijden ter beschikking komt voor uw erfgenamen. Zij hoeven dus niet te wachten tot het moment waarop u de pensioendatum zou hebben bereikt.
Tijdens de opbouwfase staat het lijfrentekapitaal nog gereserveerd voor een toekomstige uitkering en gelden specifieke fiscale voorwaarden voor de overdracht aan erfgenamen. Als u komt te overlijden vóórdat de lijfrente-uitkering is begonnen, dan moeten uw erfgenamen een nabestaandenlijfrente aankopen. Er zijn wettelijke regels van toepassing ten aanzien van zoān nabestaandenlijfrente, waarbij de regels afhankelijk zijn van de relatie tussen u en uw erfgenaam.
De meest voorkomende situatie is dat uw partner bij overlijden uw lijfrente erft. Uw partner moet het lijfrentekapitaal dan gebruiken voor een periodieke uitkering die minimaal vijf jaar loopt. Langer mag ook. De uitkering moet direct ingaan, tenzij uw partner recht heeft op een ANW-uitkering. In dat laatste geval mag de start van de uitkering uit de nabestaandenlijfrente worden uitgesteld tot het moment waarop de ANW-uitkering eindigt.
Het kan ook zo zijn dat een ander familielid uw lijfrente erft. Bijvoorbeeld omdat u geen partner hebt. Meestal gelden dan andere eisen ten aanzien van de looptijd van de periodieke uitkering die uw erfgenamen moeten aankopen. Daarbij maakt het ook nog uit of deze erfgenaam ouder of jonger is dan dertig jaar.
Natuurlijk kunt u de lijfrente ook nalaten aan iemand die geen familie van u is. In dat geval geldt weer als eis dat de uitkering direct moet ingaan en minimaal vijf jaar moet duren.
Overlijden tijdens de uitkeringsfase van uw lijfrente
Wanneer uw lijfrente al uitkeert op het moment waarop u komt te overlijden, bevindt deze zich in de uitkeringsfase. De resterende lijfrente-uitkering loopt dan doorgaans door tot de oorspronkelijke einddatum van uw contract. Had u bijvoorbeeld nog vijf jaar recht op een uitkering? Dan wordt diezelfde uitkering in die vijf jaar uitgekeerd aan uw erfgenamen. Ā
Wie zijn uw erfgenamen?
Op basis van uw testament wordt bepaald wie bij overlijden recht hebben op uw lijfrente. Wanneer u geen testament hebt, dan geldt het wettelijk erfrecht. Veel mensen willen graag dat de lijfrente bij overlijden toekomt aan de partner. Het is dan belangrijk om te kijken of dat op basis van het testament ook zo is geregeld.
Wanneer uw testament bijvoorbeeld bepaalt dat uw nalatenschap moet worden verdeeld tussen uw partner en uw kinderen, dan geldt dat ook voor uw lijfrente. Tenzij u in uw testament een aparte bepaling voor uw lijfrente laat opnemen. Omdat iedere persoonlijke situatie anders is, kunnen de fiscale en erfrechtelijke gevolgen afwijken.
In de uitkeringsfase mag u uw lijfrente na overlijden ook laten toekomen aan een niet-natuurlijk persoon (bijvoorbeeld een goed doel). In de opbouwfase (dus vóórdat uw uitkering is ingegaan) is dat op grond van de wet- en regelgeving niet toegestaan.
Wanneer u uw lijfrente in de opbouwfase nalaat aan een niet-natuurlijk persoon (bijvoorbeeld een goed doel), dan voldoet uw lijfrente na uw overlijden niet meer aan de wettelijke voorwaarden. Dat betekent dat de gehele waarde in ƩƩn keer progressief wordt belast, aangevuld met een fiscale boete (revisierente) van maximaal twintig procent. Dat is wellicht iets om in uw testament rekening mee te houden.Ā
Hoe zit het met erfbelasting en lijfrente na overlijden
Uw erfgenamen moeten in beginsel erfbelasting betalen over de waarde van uw nalatenschap.
Uw partner en kinderen betalen, afhankelijk van de hoogte van de nalatenschap, tot twintig procent belasting. Voor andere erfgenamen kan de erfbelasting oplopen tot veertig procent van de waarde van de nalatenschap.
Een deel van uw nalatenschap is vrijgesteld van erfbelasting. Voor uw partner geldt een forse vrijstelling, maar voor andere erfgenamen zijn die vrijstellingen vrij beperkt.
Over de waarde van uw lijfrente hoeven uw erfgenamen na uw overlijden gƩƩn erfbelasting te betalen. Indien u uw lijfrenterekening nalaat aan uw partner, dan wordt de algemene vrijstelling van de erfbelasting verminderd met een deel van de waarde van uw lijfrente bij overlijden. Meer hierover leest u op de website van de Belastingdienst.
Uw lijfrente goed geregeld?
De juiste keuzes binnen uw lijfrente kunnen grote gevolgen hebben voor uw partner en erfgenamen bij overlijden. Bekijk hoe een lijfrenterekening bij VRY werkt en welke mogelijkheden er zijn binnen de fiscale regels.
š¦ Heeft u vragen over lijfrente bij overlijden? Neem vrijblijvend contact op.
Veelgestelde vragen over lijfrente en overlijden
Wat gebeurt er met mijn lijfrente als ik overlijd?
Dat hangt af van de fase waarin uw lijfrente zich bevindt: de opbouwfase of de uitkeringsfase. In de opbouwfase moet het kapitaal doorgaans worden gebruikt voor een nabestaandenlijfrente. In de uitkeringsfase lopen resterende uitkeringen meestal door naar de erfgenamen tot de afgesproken einddatum.
Krijgt mijn partner automatisch mijn lijfrente?
Niet altijd. Wie recht heeft op uw lijfrente wordt bepaald door uw testament of, als dat ontbreekt, door het wettelijk erfrecht.
Moeten erfgenamen erfbelasting betalen over een lijfrente?
Over de waarde van een lijfrente is doorgaans geen directe erfbelasting verschuldigd. Wel kunnen fiscale regels invloed hebben op vrijstellingen binnen de nalatenschap.
Kan een lijfrente verloren gaan bij overlijden?
Bij sommige verzekerde lijfrenteproducten kan (een deel van) het kapitaal bij overlijden vervallen aan de verzekeraar. Bij een lijfrenterekening bij een bank of beleggingsonderneming blijft de resterende waarde doorgaans beschikbaar voor erfgenamen.
Is een lijfrente onderdeel van de erfenis?
Ja, een lijfrente maakt in veel gevallen onderdeel uit van de nalatenschap. De fiscale behandeling en uitkeringsmogelijkheden hangen af van de fase van de lijfrente en van de relatie tussen de overledene en de erfgenamen.
Mag ik mijn lijfrente nalaten aan een goed doel?
Tijdens de uitkeringsfase kan dat in bepaalde gevallen. In de opbouwfase gelden wettelijke beperkingen. Als niet aan de fiscale voorwaarden wordt voldaan, kan belastingheffing plus revisierente ontstaan.
Bronnen: Belastingdienst, Wet inkomstenbelasting 2001, pensioen- en lijfrenteregelgeving